Baanatletiek

Algemeen
Atletiek kent verschillende onderdelen. Op jonge leeftijd wordt een beperkt aantal onderdelen aangeboden. Naarmate je ouder wordt kun je steeds meer onderdelen beoefenen.

De officiële baan onderdelen:
-Sprint: 100, 200m en 400m
-Midden afstand: 800m, 1000m, 1500m, 1 Engelse mijl, 2000m
-Lange afstand: 3000m, 5000m, 10.000m, 1 uur
-Horden: 100m(vrouwen), 110m(mannen), 400m
-Estafettes: 4×100, 4×200, 4×400, 4×800, 4×1500(mannen)
-Steeple chase: 2000m(vrouwen), 3000m(mannen)

-Springonderdelen: hoogspringen, verspringen, hinkstapsringen(HSS), polsstokhoogspringen

-Werpnummers: kogelstoten, kogelslingeren, speerwerpen en discuswerpen

Mini en pupillen C ( 5 – 8 jaar )
Op een speelse manier wordt hier kennis gemaakt met de verschillende onderdelen.

De onderdelen:
- Springen: verspringen
- Werpen: balwerpen
- Lopen: 40 meter 600 meter en 4×40m estafette

De volgende onderdelen zullen ook beoefend worden maar deze worden nog niet op wedstrijden aangeboden.
-Springen: hoogspringen
-Stoten: kogelstoten

In de winter zal gebruik gemaakt worden van de naast de baan gelegen hal. Hier trainen alleen de mini en C-pupillen.
Ook voor deze leeftijd zijn er al wedstrijden. Deze zullen vooral in de weekenden zijn!

Pupillen B ( 8, 9 jaar )
Op deze leeftijd krijgen ze te maken met steeds meer wedstrijden, wat naarmate je ouder wordt alleen meer maar uitgebreid zal worden. Ook zijn er twee onderdelen op de wedstrijden bij gekomen.
-Springen: hoogspringen
-Stoten: kogelstoten(2 kilogram).

De loopafstand is uitgebreid van 600 meter naar 1000 meter.
Op de trainingen beginnen de onderdelen centraler te staan en het spel wordt op zijn beurt steeds meer gebruikt als ondersteuning van de trainingen.

Pupillen A (9 – 11 jaar )
De periode Pupillen A bestaat uit 2 jaar. Hier maken ze kennis met de 60 meter. Zo wordt de estafette ook een 4×60m.
Deze trainingen bestaan uit het combineren van spel met techniek.
Op deze leeftijd beginnen de trainingen ook wat serieuzer te worden. Zo wordt op de training meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld een aanloop voor het verspringen.

Junioren D (11 – 13 jaar )
Nu begint het serieuzer te worden. Het aantal onderdelen wordt hier sterk uitgebreid. Er staan grote wedstrijden voor de deur.
Bijzondere onderdelen:
-Werpen: speerwerpen en discuswerpen
-Lopen: hordelopen, meisjes 60 meter horden en jongens 80 meter horden
De jongens gaan nu over naar de drie kilogram met het kogelstoten de meisjes stoten nog twee jaar met de 2 kilogram. Voor de meisjes blijft het 4×60m en de jongens krijgen een 4×80m estafette.
De trainingen worden langzamerhand specialistischer.

Junioren C ( 13 – 15 jaar )
Op deze leeftijd krijgen de junioren steeds meer mogelijkheden om zich te onwtikkelen op één of twee onderdelen. Degene die niet kunnen kiezen blijven lekker bezig met meerdere onderdelen.
Bij de jongens wordt er plaats gemaakt voor de defenitieve sprintafstand. Van 80 meter naar 100 meter. Bij de meisjes verspringt de korte sprint van de 60 meter naar de 80 meter. Zo ook bij het hordelopen. En bij de werp en stoot onderdelen zullen de gewichten ook stijgen! Zo volgt de estafette ook weer: 4×80m voor de meisjes en 4×100m voor de jongens.

Junioren B ( 15 – 17 jaar )
Nu kan je meedoen aan een officieel Nederlandskampioenschappen!
De trainingen zijn gericht op uithoudingsvermogen en techniek. Vele atleten hebben zich op deze leeftijd al toegelegd op hun lievelingsonderdeel/ onderdelen.
Ook hier zullen de gewichten van de werp en stoot onderdelen weer stijgen!
Het hordelopen voor de jongens verspringt van 100 meter naar 110 meter, waarna naarmate je ouder wordt alleen de hoogte van de hordes nog zal veranderen.

Junioren A ( 17 – 19 jaar )
Het uitbouwen van de technische vaardigheden staat voorop. Ook krachttrainingen komen nu steeds vaker voor.
De jongens komen met het gewicht van de speer op het maximum(800 gram). Net zoals de meisjes(600 gram), echter geld het bij de vrouwen ook op de onderdelen kogelstoten(4 kilogram) en discuswerpen(1 kilogram). De meisjes zitten nu ook op de korte sprint op 100 meter. De estafettes zijn nu gelijk, voor zowel de meisjes 4×100m als de jongens.

Senioren ( 19 – 35 jaar )
Het op peil houden van en het uitbouwen van het prestatieniveau staat hierin centraal!
De mannen krijgen nog 1,25 kilogram erbij met het kogelstoten(7,25 kilogram) net zoals de discus die van 1,75 kiligram naar 2 kilogram gaat.
De vrouwen zitten vanaf de A-junioren op het maximum van de gewichten. Net zoals het hordelopen(100meter horden). Bij de mannen worden de horden van 100cm. naar 106,7 cm. verschoven.

Masters ( vanaf 35 jaar )
Het mag iets rustiger aan. De gewichten van de stoot en werp onderdelen worden iets lichter, bij zowel de vrouwen als de mannen. Het doel voor menig master is om de prestaties op gelijk niveau te houden.
Desalniettemin beginnen de masters steeds meer op te komen. Het niveau wordt steeds hoger dit is ook te merken aan de bezetting van het Nederlandskampioenschappen voor masters.